adminifisca-administratie-proactief-advies.png
Pro-actief advies
adminifisca-administratie-proactief-advies.png
Pro-actief advies
adminifisca-administratie-proactief-advies.png
Persoonlijk en vertrouwd
adminifisca-administratie-proactief-advies.png
Persoonlijk contact
adminifisca-administratie-proactief-advies.png
Persoonlijk contact

Op Prinsjesdag 2016 is het Belastingplan 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. 

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem heeft op Prinsjesdag in de Tweede Kamer de Miljoenennota aangeboden, met daarin de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Wat zijn de maatregelen die in de Miljoenennota en in het Belastingplan staan?

We hebben de belangrijkste maatregelen voor u op een rij gezet.

Inkomstenbelasting

Tarieven

  • Het tarief in de eerste schijf blijft ongewijzigd op 36,55%.
  • Het tarief in de tweede en derde schijf gaat naar 40,80% (2016: 40,40%).

 

Heffingskortingen

  • De maximale algemene heffingskorting wordt in 2017 € 2254 (2016: € 2242).
  • De verhoging van de maximale arbeidskorting wordt beperkt. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2017 € 3223 (2016: € 3103).
  • Het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting wordt aangepast. Deze komt in 2017 op € 32.444 te liggen (2016: € 34.015)
  • De ouderenkorting wordt verhoogd naar € 1292 (2016: € 1187).

 

Toerekening schulden bij vruchtgebruik

Bij goederen waarop een vruchtgebruik rust, wordt in box 3 de blooteigendomwaarde bij de bloot eigenaar in aanmerking genomen en de waarde van het vruchtgebruik bij de vruchtgebruiker. Een afwijkende regeling geldt voor goederen waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust. De bezittingen worden volledig belast bij de vruchtgebruiker, terwijl de schulden die deel uitmaken van dezelfde algemeenheid voor de blooteigendomwaarde bij de bloot eigenaar en voor de vruchtgebruikwaarde bij de vruchtgebruiker worden belast. Voorgesteld wordt om in deze situatie alle vermogensbestanddelen voor box 3 gelijk te behandelen en dus ook de schulden volledig bij de vruchtgebruiker in aanmerking te nemen.

 

Eigenwoningregeling bij vruchtgebruik

Bij beleidsbesluit van 21 februari 2014 (V-N 2014/14.11) is goedgekeurd dat een vruchtgebruiker krachtens erfrecht de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de erflater is aangegaan en waarvan de eigendom bij de bloot eigenaar ligt, in aftrek kan brengen als aftrekbare kosten voor de eigen woning. Dit besluit wordt in dit wetsvoorstel gecodificeerd. Daarbij zijn de volgende aanpassingen opgenomen:

  • Een schuld waarvan de belastingplichtige op grond van het krachtens erfrecht verkregen recht van vruchtgebruik, recht van bewoning of recht van gebruik gehouden is de kosten en lasten te dragen wordt – mits aan de overige voorwaarden is voldaan (waaronder de aflossingseis) – als eigenwoningschuld aangemerkt, zodat recht bestaat op renteaftrek. 
  • Voor het deel van de woning waar het vruchtgebruik op rust ontstaat geen eigenwoningreserve.
  • De restschuldregeling is – mits aan de overige voorwaarden is voldaan – op de vruchtgebruiker van toepassing.
  • Het aflossingsschema van de erflater blijft van toepassing op de schuld als de vruchtgebruiker op het moment van overlijden van de erflater diens partner was. 
  • De schuld is voor de vruchtgebruiker een bestaande eigenwoningschuld als de schuld voor de erflater een bestaande eigenwoningschuld was (een schuld van voor 1 januari 2013) en de vruchtgebruiker op het moment van overlijden van de erflater diens partner was.

 

Uitgaven voor monumentpanden

De fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden per 2017 wordt beëindigd. Het vrijvallende budget van € 32 miljoen per jaar wordt in 2017 en in 2018 gebruikt voor een overgangsregeling. Deze regeling wordt onderdeel van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. De beleidsbrief die de uitwerking van de subsidies via deze Kaderregeling schetst, wordt oktober 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met ingang van 2019 zal het budget van jaarlijks € 32 miljoen structureel worden ingezet binnen een herijkt financieringsstelsel voor monumentenzorg.

 

Aftrek van scholingsuitgaven

De aftrek van scholingsuitgaven wordt per 2018 afgeschaft. Van de opbrengst van deze maatregel zal van 2018 tot en met 2022 jaarlijks € 90,8 miljoen en daarna structureel € 112 miljoen worden ingezet voor een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers voor de mensen die uit zichzelf minder snel geneigd zijn scholing te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is.

 

Vennootschapsbelasting

Tarieven

De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 naar € 300.000 en in 2021 naar € 350.000.

 

Aanpassing zesmaandentermijn bij opteren belastingplicht vennootschapsbelasting

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voorziet in een vrijstelling van belasting voor stichtingen en verenigingen met beperkt winstgevende ondernemingsactiviteiten. Het is soms echter voordeliger om te opteren voor belastingplicht. Een verzoek daartoe dient onder de huidige wetgeving binnen zes maanden na het einde van het desbetreffende jaar te worden ingediend. In de praktijk blijkt deze termijn te kort. Daarom wordt nu voorgesteld te bepalen dat het verzoek uiterlijk gelijktijdig met het indienen van de aangifte gedaan dient te worden.

 

Omzetbelasting

Btw-vrijstelling voor watersportorganisaties

De btw-vrijstelling voor watersportorganisaties wordt in overeenstemming gebracht met de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU. Het personeelscriterium dat nu nog als uitzondering op de vrijstelling geldt, vervalt. Daarnaast geldt de vrijstelling niet voor het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die gelet op hun objectieve kenmerken niet geschikt zijn voor de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding.

 

Vereenvoudiging teruggaafregeling btw bij oninbare vorderingen

De fiscale wetgeving kent onder andere voor de btw een teruggaafmogelijkheid van de al op aangifte voldane belasting bij oninbare vorderingen. De bestaande regels worden als tijdrovend en ingewikkeld ervaren. In het wetsvoorstel stelt het kabinet voor om de regels voor de teruggaafmogelijkheid bij geheel of gedeeltelijk oninbare vorderingen te vereenvoudigen.
Net als in de huidige opzet ontstaat ook in de nieuwe opzet het recht op teruggaaf op het tijdstip dat de oninbaarheid van de vordering kan worden vastgesteld. Anders dan onder de huidige regeling wordt echter verondersteld dat de oninbaarheid van de vordering in ieder geval ontstaat op het moment dat de vordering één jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is betaald. Door deze fictie verkrijgt de ondernemer dus uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van zijn vordering recht op teruggaaf.
Daarnaast stelt het kabinet voor de regeling verder te vereenvoudigen door van de belanghebbende ondernemer niet langer een separaat teruggaafverzoek te eisen. In de nieuwe opzet kan de belanghebbende ondernemer het bedrag van de teruggaaf simpelweg in mindering brengen op de periodieke aangifte voor de btw.

 

Erf- en schenkbelasting

Termijn vaststelling aanslag na schenking eigen woning

Door de op grond van het Belastingplan 2016 vanaf 1 januari 2017 geldende vrijstelling eigen woning mag iedereen tussen 18 en 40 jaar per schenker eenmalig een schenking van € 100.000 ten behoeve van de eigen woning vrijgesteld ontvangen, al dan niet verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan, worden aangewend ten behoeve van de eigen woning. Naar verwachting valt het in veel gevallen pas na drie kalenderjaren na te gaan wat de feitelijke benutting van de vrijstelling is geweest en op welke wijze de schenking is aangewend. Voorgesteld wordt om de – te krappe - termijn voor het opleggen van de aanslag met twee jaar te verlengen en vast te stellen op vijf jaar.

 

[ Bron: TaxLive ]

 

AdminiFisca: het fiscale kompas voor uw juiste financiële koers

Kwaliteitswaarborg
Iwan Koning is ingeschreven in het RBc-register van het Register Belastingadviseurs de vereniging van gecertificeerde belastingadviseurs. Leden van het Register Belastingadviseurs zijn verplicht zich permanent te scholen, zodat actualiteit van kennis gewaarborgd is. Zo bent u altijd verzekerd van adviezen volgens de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied. Dé garantie voor kwaliteit!

RB logo FC 2020stempel 1avg_ok_logo

AdminiFisca
Nabuccosingel 125
2152 PA  Nieuw-Vennep
T: 06 – 10348703
E: info@adminifisca.nl
I: www.adminifisca.nl
Beconnummer: 628.682
KvK nummer: 34299203